Triest, triest, triest, …

Met lachende gezichten werd gisteren het begrotingsakkoord voorgesteld. Dit akkoord drijft op een groeiende luchtbel van optimisme. Optimisme dat geen plaats  laat voor diegenen die leven in of nabij armoede of werkende armen.

Onder het mantra jobs, jobs, jobs, …, en onder het motto, de middenklasse sparen, wordt het regeerakkoord onderuit gehaald. Zo wordt het regeerakkoord een vodje papier als het gaat om mensen die leven in of nabij armoede.

De federale regering communiceerde  bij haar aantreden om de sociale minima te verhogen tot het niveau van de Europese armoedegrens. Een beleidsvoornemen dat beperkt werd tot ‘in de richting van’ in de plaats van ’tot’ de armoedegrens.

Vandaag is zelfs deze beperking teveel: het bereiken van de armoedegrens  wordt verschoven naar 2022. In 2018 voorziet de federale regering 100 miljoen extra, in 2020 120 miljoen en in 2022 nog eens 150 miljoen Euro. Zo wordt het realiseren van dit beleidsvoornemen een opdracht voor de volgende regering!

De 100 miljoen die de regering in 2018 voorziet vult bovendien de put van het onuitgevoerde beleidsvoornemen, de welvaartsenveloppe voor sociale minima voor 100% te gebruiken, helemaal niet. Deze welvaartsenveloppe werd immers bij de begrotingsopmaak voor 2017 beperkt tot 75%, wat neerkwam op een besparing van 160 miljoen euro! Er blijft dus nog steeds een put van 60 miljoen Euro!

Daarnaast worden wijkgezondheidscentra ‘on hold’ gezet tot er een zoveelste audit klaar is. Betaalbare en kwalitatieve gezondheidszorg wordt zo voor iedereen op de lange baan geschoven.

Intussen kregen Vlaamse gezinnen begin juli terug een indexsprong  op de kinderbijslag te verwerken, moeten Vlaamse huurders binnenkort drie maanden huurwaarborg neertellen ipv van twee, alweer een extra uitgave van minstens 500 euro is, …

Mensen in of nabij armoede, en werkende armen trekken geen lachende gezichten bij dit begrotingsakkoord.

Er blijft voor hen nog een mantra over: triest, triest, triest, …