Column Anne Van Lancker: Flexi-jobs met frambozensmaak

De veralgemening van flexi-jobs wordt verkocht als een flexibele win-win voor werkgevers en werknemers. Maar achter dat aantrekkelijke verhaal schuilen fundamentele vragen over jobverdringing, sociale bijdragen en de toekomst van onze sociale zekerheid. Anne Van Lancker fileert de hervorming en waarschuwt voor de maatschappelijke kost van een systeem dat de huidige regering uitbreidt naar alle sectoren.

De Arizona-regering voegt opnieuw een pronkstuk toe aan haar bedenkelijk palmares wat het sociaal beleid betreft. Onder de titel ‘modernisering van de arbeidsmarkt’ worden binnenkort flexi-jobs veralgemeend naar alle sectoren.


Flexi-jobs moesten aanvankelijk dienen om pieken en dalen op te vangen in de horeca in de handel en in de uitzendsector die arbeidskrachten levert voor deze sectoren. Maar er volgen vele uitbreidingen naar nieuwe beroepen. Sinds 2024 kunnen ook sectoren zoals autorijscholen, garages, vervoer en logistiek, begrafenisondernemers, kinderopvang, zorg en onderwijs beroep doen op flexiwerk. Nu wordt de uitzondering verheven tot de algemene regel. Veel piekmomenten zijn er al niet te vinden in de begrafenissector of bij verhuisfirma’s, garages of busondernemingen. Als straks ook IT-bedrijven, de autoassemblage of zelfs de administraties van de overheid flexi-jobbers mogen tewerkstellen, is een nieuwe stap gezet naar deregulering van de arbeidsmarkt. 


Volgens de werkgevers is er geen gevaar voor verdringing van normale jobs. Opvallend toch: de uitzendsector zou arbeidsplaatsen verliezen, mochten er geen flexi-jobs ingeschakeld worden. In de horeca wordt de laatste tijd nog enkel aangeworven via studentenjobs en flexiwerk. Geen wonder als je weet dat het loon van flexi-jobber lager ligt dan het sectoraal minimumloon. Het argument van jobcreatie houdt hier geen steek. Het systeem schept immers geen nieuwe kansen voor wie op zoek is naar werk. Want om te kunnen flexi-jobben moet je al minstens voor 4/5 aan het werk zijn, of met pensioen. HIVA doet momenteel onderzoek naar de verdringingseffecten. Benieuwd naar het resultaat. Maar het is nu al duidelijk dat het systeem van flexi-jobs eerder een hinderpaal is om de werkgelegenheidsgraad op te trekken tot 80%. Want waar nu flexi-jobbers aan de slag zijn, zouden ongetwijfeld een aantal werklozen een plaats op de arbeidsmarkt hebben kunnen vinden.

 

Flexi-jobs worden verkocht als een frambooszoete oplossing, maar zijn net als vapes met smaakjes gevaarlijk.


Er wordt ook een nieuw gat geslagen in de financiering van de sociale zekerheid, bovenop de bijna 12 miljard – zo’n 4% van het bbp – aan sociale zekerheidskortingen die werkgevers nu al cadeau krijgen. Want op flexi-jobs moeten geen werknemersbijdragen betaald worden. Tot 18.000 euro zijn de verdiensten belastingvrij. Toch kunnen flexi-jobbers beroep doen op sociale rechten zoals vakantiegeld, werkloosheidsuitkeringen of pensioen. Sociale rechten opbouwen in de sociale zekerheid zonder sociale bijdragen te betalen, het is eens wat anders. ACV berekende dat het systeem al meer dan 76 miljoen euro aan minderontvangsten oplevert voor de sociale zekerheid. 


Dat bedrag zal zeker nog toenemen. Flexi-jobs zijn namelijk populair: waar in de beginjaren minder dan 20.000 mensen in het systeem werkten, waren dat er eind 2025 al meer dan 180.000. Zij zijn tewerkgesteld in meer dan 212.000 arbeidsplaatsen, waar zij voor een totaal van zo’n 32.000 voltijdse equivalenten aan jobs invullen. Het merendeel werkt nog steeds in de horeca en de handel, al zijn er toch ook heel wat flexi-jobbers in de zorg en gezondheidssector, de kinderopvang en enkele ook in het onderwijs te vinden. Flexi-jobbers zijn iets vaker vrouw dan man, al ligt het arbeidsvolume bij de mannen hoger dan bij de vrouwen. In tegenstelling tot wat verwacht was, zijn het niet de Gen Z’ers die in flexi-jobs aan de slag gaan. De grootste groei zit bij 65-plussers, zo’n 25% van de flexi-jobbers, die hun pensioen combineren met een flexi-job. Bij de werkenden (75% van het totaal) zijn het overwegend jongvolwassenen tussen 25 en 39 jaar die flexi-jobben bovenop hun voltijdse job. Compleet van de pot gerukt, is het feit dat ook mensen die tijdskrediet of ouderschapsverlof opnemen in hun basisjob aan de slag zijn als flexiwerker. 


Het advies van de Raad van State over het systeem is vernietigend: omdat de regering niet kan aantonen dat de economie in alle sectoren nood heeft aan flexiwerk om tijdelijke pieken op te vangen, is een veralgemening van het systeem discriminerend tegenover mensen die hetzelfde werk verrichten in normale contracten. Het valt dan ook te verwachten dat het Grondwettelijk Hof dus wel eens een stokje voor de veralgemening zou kunnen steken. 


Redenen genoeg voor Vooruit en sommigen bij CD&V om dwars te gaan liggen. Terecht! Maar hoe wrang smaakt het om de veralgemening van dit bedenkelijke systeem enkel te kunnen tegenhouden door een koppeling met vapen. De veralgemening van het stelsel van flexiwerken was immers al opgenomen in het regeerakkoord. Vooruit moet dan ook de trukendoos bovenhalen en blokkeert het flexidossier zolang MR niet instemt met een totaalverbod op vapen met smaakjes. Maar van zodra MR zijn verzet lost, krijgen ook de flexi-jobs vrij baan. De gevaren die gepaard gaan met de veralgemening van het systeem verdienen nochtans een debat ten gronde. Want zelfs met frambozensmaak zou een pervers systeem zoals dat van de flexi-jobs, dat de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid ondermijnt, een overtuigd NJET verdienen. 
 

Lees de column ook op SamPol

Bouw mee aan een samenleving zonder armoede

Armoede mag geen eindpunt zijn. Het kan anders. En jij kan mee het verschil maken. Samen bouwen we aan een samenleving waarin iedereen meetelt.

Heb je een vraag? Wil je ons steunen of meewerken?