sociale woningen

4000 sociale woningen maken nog geen lente

4000 sociale huurwoningen bij in 2016, een recordjaar voor sociale huisvesting. De doelstelling van 50.000 bijkomende woningen tegen 2025 zou meer dan haalbaar zijn, volgens minister Homans.
Sinds 2009 zijn er al 28.705 woningen gecreëerd. “Er wordt fors geïnvesteerd. Tegen dit ritme zitten we dus voor op het schema van ons uitgetekend groeipad”, zegt Homans in de Gazet van Antwerpen.

4000 sociale huurwoningen bij, is een goede zaak. Vlaanderen telt immers te weinig sociale huurwoningen. Amper 6% van de woningmarkt is sociaal. Hierdoor wachten meer dan 100.000 gezinnen op een woning. Uit het groot woononderzoek weten we dat meer dan 280.000 gezinnen in aanmerking kunnen komen voor een sociale woning. 4000 sociale huurwoningen bij vermindert dus de wachtlijst niet, noch de sociale woonbehoefte niet. De huidige gemiddelde wachttijd van ongeveer 4 jaar op een sociale woning kan wel wat verminderen.

4000 woningen zijn een stap vooruit.

De Vlaamse regering heeft een inhaalbeweging van 50.000 woningen bovenop de gewone productie beloofd tegen 2025. Dit is veel minder dan het Decenniumdoel van 75.000 woningen op 10 jaar tijd. Het bescheiden doel van de Vlaamse regering wordt bovendien enkel gehaald door heel wat creatief cijferwerk.

De Vlaamse regering rekent zich immers vlug rijk. Woningen die gebouwd zijn voor 2009 worden bijgeteld (een 1400-tal,) de normale productie van sociale woningen tussen 2023 en 2025 (een 6000-tal) wordt mee opgenomen, SVK-woningen worden mee opgenomen (een 6500), de overgedragen stadswoningen van Gent (een 2000-tal) worden plots sociale huurwoningen. Dit geeft ongeveer 10000 woningen waarmee creatief gerekend wordt, 28705 woningen worden zo plots 18705 woningen. We zijn halfweg. Nog 30000 te gaan.

Dit wordt moeilijk. Deze Vlaamse regering heeft bovendien 15% bespaard op het investeringsbudget, met de belofte dat de volgende regering dit zal inhalen. Zo worden facturen en beloftes doorgeschoven. Sinds het aantreden heeft Homans nog 400 miljoen euro binnengehaald. Hoewel belangrijk, deze inhaaloperatie dekt de besparing niet! De doelstelling van 50.000 woningen ligt dus verder dan ooit.

De inhaalbeweging van 50.000 woningen zal niet gehaald worden met creatief rekenwerk, daarvoor is meer nodig.

4000 woningen bij is dus te weinig om van een goed woonbeleid te spreken.

straatbeeld

4000 woningen bij, maakt 4000 gezinnen gelukkig. Zij kunnen huren aan een gemiddelde huurprijs van 250 euro per maand. Wie een sociale huurwoning krijgt, heeft het winnende lot getrokken. De woonlast in deze nieuwe woningen is immers laag. Want nieuwe of gerenoveerde sociale woningen beantwoorden aan strenge energienormen.

Dit is een groot verschil met de private huurmarkt. 1/3 van de huurders klagen over te hoge woonlasten. Huurprijzen van meer dan 700 euro is meer dan normaal. Veel huurwoningen zijn oud(er) en beantwoorden niet aan de strengere energienormen. Energiearmoede verschuilt zich achter de muren van de private huurwoning. Het recente jaarboek armoede en sociale uitsluiting wees terecht op deze groeiende vorm van armoede. Er zijn ook amper huurwoningen te vinden onder de 700 euro. Een snelle zoektocht op Immoweb levert amper resultaat op. In veel gemeenten zijn er geen betaalbare huurwoningen te vinden.

Noodkoop is voor sommigen een oplossing. Een minder goede woning biedt hen een zekerheid. Geld voor een grondige renovatie is er niet. Gezinnen komen zo in armoede terecht. Hun woonlast is immers hoog. Noodkoop is voor velen geen oplossing.

Onder de private huurmarkt bevindt er zich het grijs of zwart wooncircuit. Huisjesmelkerij, matrassenverhuur, illegale verhuur van gekraakte panden (het Gentse kraakverhaal) en garageboxenverhuur voeren er de boventoon. Wie niet (meer) op de private huurmarkt terecht kan komt binnen dit grijs of zwart huurcircuit terecht. Wie hier niet aan de bak komt, wacht de straat.

De private huurmarkt en het grijs of zwart huurcircuit zijn communicerende vaten. Een hogere vraag naar betaalbare huurwoningen in een schaarse markt, duwt de zwakkere huurders uit deze huurmarkt. Uitbuiting rest hen.

Een goed en sociaal woonbeleid is nodig.

Een goed woonbeleid vraagt dus investeringen in sociale huisvesting. Meer sociale huurwoningen zijn nodig om een antwoord te geven. Maar er is meer nodig. Er moet ook geïnvesteerd worden in de private huurmarkt. Deze moet ook betaalbare en kwalitatieve woningen bieden. Huursubsidies met strenge huurvoorwaarden kunnen een antwoord zijn.

Een rechtvaardig en streng huurbeleid is daarenboven nodig. Huurders hebben zekerheid en rechten nodig, een Vlaams huurdecreet kan dit geven. Een Vlaams huurdecreet moet bovendien het grijs en zwart circuit uitroken.

Dit vraagt geen bijkomende middelen, enkel het verschuiven van gelden. Zowel de Vlaamse als de federale regering ondersteunen nog steeds de tweede woning. Meer dan de helft daarvan zijn vakantieverblijven. Dit geld kan beter geïnvesteerd worden in degelijke huurwoningen die tegen een redelijke huurprijs op de markt worden gezet.

Nog steeds investeert de Vlaamse regering via de woonbonus in het verwerven van eigendom met als resultaat te dure woningen. Met dit geld kan Vlaanderen investeren in degelijke sociale en bescheiden huurwoningen.

75.000 sociale huurwoningen binnen 10 jaar is mogelijk, dit vraagt enkel een sociaal woonbeleid.

4000 sociale woningen zijn een stap vooruit, maar zijn niet voldoende. 4000 woningen duiden nog niet op het begin van de lente. Daarvoor is er meer nodig: een woonbeleid met ambitieuze doelen en de voldoende middelen om die te realiseren; en een woonbeleid dat huurders beschermt en zekerheid geeft. Pas dan kan het woonbeleid mee armoede uit de wereld helpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *