De begroting bijna in evenwicht. De samenleving verre van.

‘Het begrotingsevenwicht komt sneller in zicht dan verwacht’ . Dat lazen we gisteren in deze krant. Als die trend zich verder zet, zou de regering ‘haar doelstelling om deze regeerperiode in evenwicht af te sluiten niet langer onhaalbaar zijn’. Goed nieuws dus voor de regeringspartijen.
De vraag is of dit goed nieuws is voor de zwakkeren in onze samenleving.
En waarom blijft het zo stil rond die andere doelstelling van de federale regering: het optrekken van de minimum uitkeringen tot aan de armoedegrens. Zeker nu er wat financiële ruimte komt, kan de uitvoering van deze maatregel, die in het regeerakkoord staat, eindelijk eens goed nieuws zijn voor de meer dan 1,6 miljoen Belgen die in armoede leven.
In juli 2017 verdedigde de federale staatssecretaris voor armoedebestrijding Zuhal Demir zich nog: ‘In de twee jaar die ons in deze regeerperiode nog resten, hebben we daar eenvoudigweg het geld niet voor.’ Vandaag is dat geld er wel.
Maar hierover zwijgt de regering in alle talen.

Dit staat in schril contrast met de september- of oktoberverklaringen van 2017. Onze beide regeringsleiders, Geert Bourgeois en Charles Michel, engageerden zich toen nog om de armoede structureel te verminderen. Ze verklaarden toen nog iedereen mee te nemen. Vandaag horen we ze niet meer.

Vandaag is een begroting in evenwicht in het vooruitzicht en biedt mogelijkheden om eindelijk werk te maken van deze belangrijke werf van de regering, het optrekken van de sociale minima. Over deze werf horen we niets.
Over andere werven des te meer: lastenverlagingen en de verdere uitrol van de tax-shift liggen in het vooruitzicht. Maar deze kosten de overheid en brengen mensen in of nabij armoede niets bij. De samenleving wordt er enkel ongelijker van.

Vandaag, met het nieuwe jaar, zijn de regeringspartijen vooral bezig met kortzichtige electorale maneuvers, tactische en agressieve twitterspelletjes en vooral veel belastingverlagingen.
Zo wil de Vlaamse regering ook minstens 100 miljoen minder erfbelastingen waarbij we ons kunnen afvragen wat hiervan de urgentie is of het nut is. En of hier wel budgettaire ruimte voor is? En wie hier bij gebaat is? En of er geen andere noden zijn?

Intussen kunnen gezinnen in of nabij armoede zich niet verwarmen, moeten ze samenhokken in één kamer en meerdere lagen kleren aantrekken. Intussen vinden gezinnen geen fatsoenlijke en betaalbare woning en moeten ze zich tevreden stellen met wat huisjesmelkers hen opsolferen. Intussen stellen gezinnen hun gezondheidszorg uit, en wordt arm zijn ziek zijn. Intussen komen mensen met een kleur of een exotische naam niet aan de bak op de arbeidsmarkt … . Meer jobs zijn een goede zaak, maar betekenen niet minder armoede. Integendeel, de kloof tussen zij die hebben en zij die niets hebben wordt steeds maar groter. Blijkbaar heeft men nog altijd niet begrepen dat een samenleving waar meer dan 15% in armoede leeft en bijna een op vijf amper de eindjes aan elkaar kan knopen, uit balans dreigt te geraken.

Want deze mensen horen er onvoldoende bij, ze dreigen ontslag te krijgen van de samenleving.

2018 is het laatste jaar dat beide regeringen werk kunnen maken van minder ongelijkheid en minder armoede. Vandaag zijn beide regeringen hun bekommernis en engagement vergeten. Nochtans zijn de perspectieven voor een daadwerkelijk armoedebestrijdingsbeleid nog nooit zo goed geweest: er is geen economische of financiële belemmering meer om het niet te doen. Er zijn geen argumenten meer om het niet te doen.

Waar wachten de regeringen op om iedereen mee te nemen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *