117 miljoen te geef en toch wooncrisis

Panorama Brussel

Het artikel in De Standaard, van de huisbaas slik je alles, (zaterdag 17 februari 2018) zet de wooncrisis op scherp. Huren aan de onderkant van de woningmarkt is voor iedereen een ramp. Het artikel toont de miserie en de onmacht van de huurder. Maar de wooncrisis bestaat al langer dan vandaag. Al vele jaren waarschuwen sociale organisaties voor de wooncrisis. Toch heeft iedereen het gevoel dat de Vlaamse overheid de wooncrisis niet ernstig neemt. Want dan zou Vlaanderen haar middelen beter besteden.
117 miljoen heeft de Vlaamse regering over om de erfbelasting te verlagen. Een enkele oppositiepartij wil zelfs nog meer geven. Is dit waar Vlaanderen op zit te wachten?  Zijn er geen andere, meer dringende noden?
Een oefening in creatief omgaan met extra middelen dringt zich op. We besteden de 117 miljoen om de wooncrisis te verhelpen. Drie ideetjes om aan te tonen dat 117 miljoen meer dan een druppel op een hete plaat is. Drie voorstellen die armoede bestrijden au serieux nemen.

Wat kan je zoal doen met 117 miljoen?

Maar meent de Vlaamse overheid het echt met armoedebestrijding?

We hebben de huurpremie. Deze bedraagt ongeveer 140 euro per maand, dit maakt 1680 euro per jaar. Vandaag worden er ongeveer 13.000 premies uitgereikt. Met 117 miljoen per jaar kunnen ongeveer 70.000 extra huurpremies uitgereikt worden. Samen kunnen dan 80.000 gezinnen een fatsoenlijke woning tegen een fatsoenlijke huurprijs huren. Bijna iedereen op de wachtlijst van sociale woningen (ongeveer 100.000 wachtenden) zou een huurpremie kunnen krijgen.

We hebben sociale woningen. Vlaanderen waarborgt in hoofdzaak de lening. De woning wordt immers terugbetaald via de huurgelden. De sociale huurprijs wordt bepaald op basis van het inkomen. Door de instroom van zwakke huurders is het daarom moeilijk om op die huurwoning geen verlies te doen. Sociale huisvestingsmaatschappijen vragen al enkele jaren om extra ondersteuning.
Met 117 miljoen extra investeren kunnen sociale huisvestingsmaat-schappijen heel wat doen. Zo kunnen ze 700 extra woningen per jaar bouwen aan 160.000 euro per woning. Deze zijn dan via deze investering al afbetaald. Alle huuropbrengsten van deze 700 woningen helpen zo de maatschappijen het verlies op andere woningen weg te werken. En dit levert opnieuw middelen op om extra te investeren in renovatie of ondersteuning van sociale huurders.

Zij kunnen ook gronden in kernen van steden en gemeenten aankopen. Door de bouwstop en de oriëntatie van nieuwe woongelegenheden naar de kernen zijn de maatschappijen genoodzaakt daar (dure) gronden te vinden. Met 117 miljoen kunnen de maatschappijen heel wat gronden en panden aankopen. Goedkope gronden betekenen ook goedkopere woningen.

We hebben privé-huurwoningen. De sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren kunnen zelf privé-huurwoningen inhuren en onderverhuren. Met 117 miljoen kunnen minstens 14.000 privé-huurwoningen aan 700 euro ingehuurd en verhuurd worden aan sociaal huurtarief. Met de huurgelden kunnen andere woningen ingehuurd worden. Zo kunnen selectie en discriminatie op de huurmarkt vermeden worden.

Wat kan je nog doen met 177 miljoen? Huurwaarborgregeling, huurgarantiefonds, geconventioneerde huur, …, wegwerken van selectie en discriminatie op de huurmarkt, … Dit alles en nog meer is mogelijk met dit bedrag.

117 miljoen is dus meer dan een druppel op de hete plaat van de wooncrisis. 117 miljoen is meer dan een begin van een oplossing.

Het vraagt enkel de juiste keuzes. (Kinder)armoede vraagt geen vage beloftes, maar middelen. Als er middelen zijn om de erfbelasting te verlagen, dan zijn er blijkbaar middelen te over. Dan zijn er ook middelen voor armoedebestrijding.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.